Interview met Claython

“Mijn grootste drijfveer is dat jongeren mij later herinneren als iemand bij wie ze zichzelf konden zijn.”

“Ik ben inmiddels al zo’n dertien jaar actief in het jongerenwerk. Als ik mijn stageperiode meereken, komt dat neer op ongeveer veertien jaar. Het is werk waar ik in ben gegroeid en dat echt bij me past.

Mijn interesse voor het jongerenwerk is ontstaan doordat ik er als jongere zelf veel mee te maken had. Mijn schoolfeesten werden hier georganiseerd, ik deed aan breakdance bij Tavenu en vrienden van mij rapten hier. We stonden zelfs een keer samen op het podium tijdens een optreden. Ook heb ik nog een tijd geskatet en meegedaan aan wedstrijden. Die positieve ervaringen zijn me bijgebleven en hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat ik dacht: dit is werk dat bij mij past. Gecombineerd met mijn achtergrond, een moeilijke thuissituatie, veel gedoe op school en het schuren tegen criminaliteit, voelde ik dat ik jongeren iets te bieden had. Juist omdat ik weet hoe het is, kan ik vaak snel door de buitenkant heen prikken en een echte connectie maken.

Hoewel ik nooit met een andere doelgroep heb gewerkt, voel ik me juist bij jongeren op mijn plek. De adolescentie is zo’n belangrijke en kwetsbare fase. Er gebeurt enorm veel op die leeftijd en het is waardevol om daar als jongerenwerker een rol in te kunnen spelen. Dat ik af en toe een positief verschil kan maken, vind ik bijzonder. Wat in dit werk echt essentieel is, is het vermogen om je in de belevingswereld van jongeren te verplaatsen. Dat lijkt simpel, maar is soms behoorlijk lastig. Zelfs ik, als vader van drie dochters, denk weleens: waarom doe je zo moeilijk? Maar zodra ik probeer terug te gaan naar hoe ik me op die leeftijd voelde, snap ik vaak ineens precies waar het vandaan komt. Wat voor mij klein lijkt, kan voor hen een serieus probleem zijn.

Mijn grootste drijfveer is dat jongeren mij later herinneren als iemand bij wie ze zichzelf konden zijn. Iemand die luisterde, aanwezig was en kleine zaadjes plantte die misschien pas jaren later tot bloei kwamen. Of dat nou door gesprekken is, of door leuke herinneringen aan activiteiten en feesten: als dat blijft hangen, dan heb ik mijn doel bereikt. Als ik één activiteit zou moeten kiezen die er voor mij uitspringt, zijn dat toch wel de droppings. De verhalen die jongeren achteraf delen, de spanning, de samenwerking: het zorgt elke keer weer voor een sterk groepsgevoel en veel plezier. Het zijn de momenten waar nog lang over nagepraat wordt.

Jongeren waar ik me het meest mee verbonden voel, zijn degenen die veel op straat zijn, hangen bij pleintjes of gewoon chillen met vrienden. Daar kom ik zelf vandaan. We spreken dezelfde taal en daardoor is er sneller contact en wederzijds begrip.

Soms kom ik in situaties terecht waarin ik iemand graag wil helpen, maar het gewoon niet lukt. Jongeren zitten vol in hun ontwikkeling en kunnen zich afsluiten, vooral als ze ergens middenin zitten. Soms moet je accepteren dat je het proces niet kunt versnellen. Dan is het een kwestie van zaaien en hopen dat er later iets opbloeit. En ja, soms moeten ze gewoon hun neus stoten om ervan te leren. Een van de meest bijzondere dingen die ik heb meegemaakt, is wanneer jongeren die ik jaren geleden heb begeleid, en waarbij ik toen het gevoel had dat het niet echt gelukt was, ineens terugkomen. Dan staan ze ineens voor me als volwassenen en vertellen ze dat mijn woorden en inzet tóch impact hebben gehad. Dat blijft je bij.

Wat ik jongeren vooral wil meegeven, is dat ze altijd welkom zijn. Kom gerust langs voor een bak koffie of thee, en laten we samen kijken wat we kunnen doen. Of het nu gaat om iets organiseren of gewoon even praten: je hoeft het niet alleen te doen.”